Hefboomproducten

Beleggen met derivaten

Beleggingsinstrumenten zijn er tegenwoordig in allerlei soorten en maten. Behalve de bekende vormen, zoals aandelen, obligaties of beleggingsfondsen, zijn er de derivaten. Dit zijn financiële producten die hun waarde ontlenen aan de – in beginsel hogere – waarde van een ander goed. Ze zijn mede daardoor ook goed toegankelijk voor de kleine belegger, zij het dat men zich goed rekenschap moet geven van de risico’s die er aan verbonden zijn.
Derivaten kunnen betrekking hebben op een scala aan onderliggende waarden. We noemden al aandelen, maar ook andere waarden zoals beursindices (bijvoorbeeld de AEX), obligaties, valuta, commodities (grondstoffen) en beleggingsfondsen.
Het interessante van deze producten is de relatief grote winstmarge die verkregen kan worden door de werking van het zogenaamde hefboomeffect.

Wat zijn hefboomproducten?

Voor iemand die op de “ouderwetse” manier zijn geld belegt in aandelen, zal de waarde van zijn beleggingsportefeuille een-op-een de koers volgen van de aandelen die daarvan deel uitmaken. Heeft men bijvoorbeeld 1.000 euro belegd in Shell en stijgt de koers met 10 procent, dan vermeerdert de waarde van die aandelen eveneens met 10 procent naar een niveau van 1.100 euro.

Tegenwoordig zijn er echter meer en meer beleggingsproducten die een relatief geringe investering vergen en desondanks een flink rendement kunnen opleveren. Behalve om de al wat langer bestaande opties gaat het om producten van recenter datum en onder min of meer exotische benamingen als turbo’s, speeders, sprinters, boosters, enzovoorts. Ze hebben allemaal met elkaar gemeen dat je niet de onderliggende waarde van een aandeel of andere waarde aanschaft, maar een afgeleide daarvan. Je betaalt zelf een klein deel van de waarde, terwijl het grootste deel wordt gefinancierd door de bank. Het rendement als gevolg van een eventuele koersstijging van het aandeel zelf komt wel geheel ten goede aan de koper. Je investering brengt dus relatief veel op en dat komt door het zogenaamde hefboomeffect. De risico’s blijven daarnaast binnen de perken omdat er een ondergrens geldt die er voor zorgt dat de sprinter/turbo vervalt als deze daar doorheen zakt. Doet dat geval zich voor, dan krijg je het nog resterende deel van de inleg terug.

De hefboom

Om de werking van de hefboom duidelijker te maken geven we een voorbeeld, in dit geval aan de hand van het concept turbo, als een van de eerste in zijn soort in 2004 door de toenmalige ABN/Amro naar de markt gebracht.
Stel de koers van Shell bedraagt 50 euro en je hebt 3000 euro te beleggen. Dan kun je daarvoor 60 aandelen kopen vanuit de verwachting dat de koers gaat stijgen. Maar je kunt ook – vanuit dezelfde verwachting – een turbo “long” kopen (want wie long zit op de beurs hoopt op stijging). Als belegger leg je zelf 10 euro in, de resterende 40 euro wordt door een bank gefinancierd, in dit geval ABN, omdat deze de turbo heeft geïntroduceerd en deze beleggingsvorm faciliteert. Die 40 euro – feitelijk geleend geld dus – noemen we het financieringsniveau. En nu komt het. De toverformule van de hefboom is de koers gedeeld door de eigen inleg. Hier is dat dus 50 euro gedeeld door 10 euro is 5 euro. Dat betekent dat, als het onderliggende aandeel (Shell) 1% in koers stijgt, de turbo maar liefst 5% meer waard wordt. Maar let op: in geval van een omgekeerde beweging, namelijk een koersdaling, geldt het omgekeerde, de turbo zal 5% minder waard worden.

Risico’s van hefboomproducten

Men zal dus in zijn beleggingsstrategie hiermee terdege rekening moeten houden, want er zijn grote bedragen te winnen, maar dus ook te verliezen.

Derivaten zijn toegankelijke beleggingsproducten, maar het vraagt de nodige kennis over de werking en de risico’s alvorens men hiermee aan de slag moet gaan. In het bijzonder met het instrument van de optie begeeft men zich al op een redelijk ingewikkeld terrein, waarbij men winst en verlies inschattingen maakt op basis van op voorhand uit te voeren rekenexcercities. Het risico om de gehele inzet volledig te verliezen is niet denkbeeldig en daarom niet echt aan te raden voor de beginnende belegger.

Beter is het gesteld met de risico’s van turbo’s en andere vergelijkbare producten. Om de negatieve gevolgen van een koersdaling te beperken geldt standaard een zogenaamd stop-loss-niveau, dat doorgaans iets boven het financieringsniveau ligt. Zakt de koers onder dit niveau, dan wordt de turbo onmiddellijk “uitgestopt”, dat wil zeggen houdt op te bestaan en de belegger ontvangt de restwaarde. Dat beperkt het verlies in absolute zin, maar kan natuurlijk procentueel nog best fors blijken. En er is geen tweede leven voor de turbo, eenmaal uitgestopt is het afgelopen, ook als de koers daarna weer fors mocht stijgen.

Risico dus. En daarbij komt nog, banken zijn geen liefdadigheidsinstellingen, zij lenen niet voor niks geld uit. Bij de hefboomconstructie verdienen zij op twee manieren, namelijk in de vorm van provisie voor de aan- en verkoop van de onderliggende waarden en daarnaast door de rentevergoeding die voor de lening moet worden betaald.

Hoe kun je risico afdekken

Er zijn manieren om het risico van grote koersdaling met uitstop effecten als gevolg te compenseren. Dit zou bijvoorbeeld kunnen door spreiding aan te brengen in de beleggingsportefeuille met een mix van waarden die verschillen in gevoeligheid voor koersschommelingen. Of door eenvoudigweg niet alleen op koersstijging te mikken, maar ook – en tegelijkertijd – op koersdaling. Dit laatste heet in beurstermen short gaan. Short gaan werd altijd al veel toegepast bij opties, niet alleen om risico’s af te dekken op longposities maar ook als op zichzelf staande beleggingsstrategie.

Met een hefboomproduct kun je met een relatief gering kapitaal inspelen op koersbewegingen van een onderliggende waarde van het hefboomproduct.

Voorbeelden van hefboomproducten zijn:

  • Turbo’s, speeders en sprinters
  • Contract For Difference (CFD’s)
  • Opties
  • Warrants
  • Futures

Hefboomproducten kunnen op een scala aan onderliggende waarden worden uitgegeven, zoals op aandelen, indices, valuta, grondstoffen en obligaties.

Met de meeste hefboomproducten kun je op de onderliggende waarde zowel long als short gaan.

Verhoogde winst- en verlieskansen

Een hefboom versterkt het effect van een kleine koersbeweging. Dit komt omdat je maar een gedeelte van de onderliggende waarde hoeft te investeren. De rest van het bedrag ‘leen’ je van de financiële instelling waar je het hefboomproduct handelt.

Met een hefboomproduct kun je met een kleinere inleg dezelfde grootte van een positie innemen als bij het handelen in de onderliggende waarde zelf het geval zou zijn en waarmee een beleggingspositie kan worden ingenomen waarbij winst of verlies procentueel aanzienlijk hoger uitpakt.

Turbo’s, speeders en sprinters

Turbo’s (Royal Bank of Scotland), speeders (Citibank en Commerzbank) en sprinters (ING) zijn verschillende benamingen voor ongeveer dezelfde producten, waarbij alleen de financiële instanties die ze in Nederland uitgeven, verschillen.

Een voorbeeld van een turbo ter verduidelijking.

Je koopt (gaat long) op € 3 een turbo op aandeel A, dat € 15 noteert. De bank financiert in dit geval dus € 12, dit wordt het financieringsniveau genoemd, waardoor je maar 1/5 van het anders te investeren bedrag betaalt. De hefboom is in dit geval dus 5.

Stel dat de koers van aandeel A stijgt naar € 18 en de turbo is op dat moment € 6 waard, dan wordt een stijging van 100% gerealiseerd. Had je de onderliggende aandelen zelf gekocht, dan was 20% rendement behaald.

Bij een long positie moet wel rente worden afgedragen om de financieringskosten van de bank te betalen. Bij een short positie ontvang je renteopbrengsten.

 

CFD’s

Ook bij de handel in CFD’s krijg je te maken met een hefboom. Bij een CFD wordt namelijk alleen winst en verlies verrekend aan het einde van elke werkdag. Je koopt of verkoopt de onderliggende waarde zelf niet. Om CFD’s te kunnen handelen, moet daarom wel geld op een margerekening worden gestort om aan de verplichtingen van de CFD te kunnen voldoen.

Elders op deze site worden CFD’s in een apart hoofdstuk uitgebreid besproken.

Opties

Ook bij de handel in opties is sprake van een hefboomwerking. De optiepremie die wordt betaald om het recht te verkrijgen om een bepaalde hoeveelheid onderliggende waarde op een toekomstig tijdstip, tegen een tevoren afgesproken prijs te kopen (call optie) of verkopen (put optie), is maar een fractie van het bedrag dat betaald zou moeten worden om de onderliggende waarde zelf te kopen of verkopen.

Elders op deze site worden opties in een apart hoofdstuk uitgebreid besproken.

Warrants

Een warrant werkt hetzelfde als een optie met dien verstande dat opties door de beurs, en warrants worden door een onderneming worden uitgegeven. Warrantcontracten worden door marktpartijen dus onderling zelf aangegaan. Een ander verschil met opties is dat investeerders met warrants alleen maar long kunnen gaan; bij opties kan ook een short positie worden ingenomen.

Futures

Ook een future contract is een hefboomproduct. Een future is een door de beurs uitgegeven, gestandaardiseerd termijncontract, wat betekent dat koper en verkoper een prijsafspraak aangaan voor levering van een hoeveelheid onderliggende waarde in de toekomst. Om die verplichting jegens elkaar aan te gaan, is een soort waarborg nodig die op een margerekening gestort moet worden zodat verplichtingen uit het future contract altijd zullen worden nagekomen.

Een paar verschillen

Bij bovenstaande beschrijvingen van de verschillen hefboomproducten dient nog te worden aangemerkt dat opties, warrants en futures een aflooptijd hebben, waarna ze vervallen. Dat is bij CFD’s, turbo’s, speeders en sprinters niet het geval. Maar omdat de bank de drie laatstgenoemde producten bij een long positie meefinanciert met de garantie dat je nooit meer kunt verliezen dan je inleg, worden stop losses ingebouwd; prijsniveaus waarop de bank (namens jou) verlies neemt op de positie. Hoe langer je de positie aanhoudt, hoe langer (lees: meer) rente aan de bank moet worden betaald, waardoor het stop loss niveau steeds hoger komt te liggen.

Dus ondanks dat turbo’s, speeders en sprinters op papier een oneindige looptijd hebben, word je bij long posities vaak op een gegeven moment uitgestopt.

Afsluitend

Hefboomproducten zijn een prima manier om met relatief bescheiden middelen een goed rendement te behalen, mits men bereid is om de daaraan verbonden risico’s voor lief te nemen.