Opties

Beleggen kan op veel verschillende manieren. Voor starters op de markt kan dit lastig en verwarrend zijn. Een belegger koopt een product met de verwachting dat dit product later meer waard zal zijn en zal dan dit product met winst verkopen. Mensen beleggen vaak om hun spaargeld een hoger rendement (winst) te geven dan het wegzetten van het geld op een spaarrekening. De rente op een spaarrekening is laag en met beleggen, mits je het goed aanpakt, kan er uiteindelijk meer winst uit gehaald worden voor bijvoorbeeld het pensioen. Beleggen is wel risicovoller, daarom moet er vooraf gedegen onderzoek gedaan worden naar de mogelijkheden en risico’s.

Twee populaire vormen zijn beleggen in aandelen en beleggen in opties. Beleggen in een aandeel betekent dat je een stukje van een bedrijf koopt en dat later tegen winst verkoopt. Hierbij moet je wel grondig onderzoek doen naar het bedrijf waarvan je een aandeel koopt. Je moet namelijk wel proberen te achterhalen of je aandeel zal gaan stijgen of dalen op de aandeelmarkt en of je dus winst kan behalen. Wij zullen hier ingaan op het beleggen in opties. Hoe dit precies in zijn werk gaat, welke vormen ervan zijn en wat de eventuele risico’s zijn.

Wat zijn opties?

Een optie is een product of effect dat je koopt of verkoopt na een vastgestelde periode. Een optie is een afgeleide van een aandeel, ook wel een derivaat genoemd. Het is namelijk het recht om dat aandeel te kopen of verkopen in de (nabije) toekomst. De prijs die je gaat betalen voor het product wordt aan het begin van de looptijd afgesproken. Je moet dus inschatten welk product gedurende de looptijd in waarde zal stijgen zodat je het met winst weer kan verkopen. Bij een aandeel staat de prijs vast, maar bij opties is dit niet het geval. Er zijn verschillende soorten opties met een ander prijskaartje. De waarde van optie hangt af van de intrinsieke waarde en de verwachtingswaarde. De intrinsieke waarde is wat de optie op dat moment echt waard is. De verwachtingswaarde is afhankelijk van de duur van de looptijd en daarmee of men verwacht dat de optie meer waard zal worden in de toekomst.

Call en Put optie

Zoals gezegd zijn er verschillende soorten opties. Bij opties kun je speculeren over een verwachte koersstijging of een koersdaling. Een calloptie geeft geld bij het kopen, dus zodra de waarde stijgt. Je kunt een calloptie kopen of schrijven (verkopen). Bij een calloptie speculeer je over een eventuele stijgende koers van de onderliggende prijs. Als de koers stijgt dan kun je de optie met winst verkopen. Als de waarde gelijk blijft of daalt dan heb je helaas geen winst en ben je de inleg kwijt. Het schrijven van calloptie betekent het verkopen van je kooprecht, dus dat je de opties gaat verkopen tegen een van te voren vastgestelde prijs. Hiervan maak je gebruik als je geen koersstijging meer verwacht en daarmee jouw verlies wil indekken. Iemand anders die jouw optie heeft gekocht voor de onderliggende waarde kan dan de optie verkopen. Het nadeel hierbij is dat als er wel een onverwachtse koersstijging plaatsvind jij hier niet van mee profiteert aangezien je de prijs al hebt vastgelegd. Het beperkt dus wel je winst rendement.

Een putoptie is een optie die geld geeft bij verkoop. Je mag de optie binnen een vastgestelde tijd verkopen voor een bepaalde waarde. Als de waarde van de opties dalen kun jij de optie voor het vastgestelde bedrag verkopen en dus winst maken. Een putoptie kun je ook schrijven. Hierbij leg je de koopplicht vast. Als vergoeding ontvang je het premiebedrag van de optie.

Optiestrategieën

Er zijn verschillende strategieën die je kunt gebruiken bij het beleggen in opties. Je moet eerst bepalen welke optie(s) je gaat inzetten, dus call of put optie waarbij je dus inzet op een verwachte koersstijging of een daling, en dan moet je bepalen welke strategieën je gaat gebruiken om het maximaal mogelijke rendement te krijgen.

  • Een vertical spread is een optiestrategie die meer rendement kan opleveren dan het kopen van losse opties. Je hebt een vertical call spread en een vertical put spread. Bij een vertical call spread ga je uit van een verwachte koersstijging. Je gaat hierbij call opties zowel kopen als schrijven, waarbij de gekochte call optie een lagere prijs heeft dan de geschreven call optie. Bij een vertical put spread ga je uit van de daling van de koers. Net als bij de call spread ga je hierbij put opties kopen en schrijven. Je verdient hierbij als inderdaad de koers daalt binnen de looptijd van jouw opties.
  • Een goede combinatie strategie is de long straddle. Deze bestaat uit een call optie en een put optie met dezelfde looptijd en prijs, zodat je kunt inspelen op een koersstijging of een koersdaling. Je koopt hierbij beide opties en gaat er dus van uit dat er een flinke koerswijziging gaat plaatsvinden. Bij een koersdaling kun je wel de gehele inleg verliezen en alleen de optiepremie overhouden. Deze strategie vergt een vrij lage investering en kan flinke rendement winst opleveren bij een koersstijging. Een zit echter wel een limiet aan de looptijd.
  • Een tegenovergestelde strategie is de straddle short. Hierbij verwacht je dat de koers ongeveer hetzelfde blijft. Je schrijft een call en een put optie met dezelfde looptijd en prijs. Je ontvangt hierbij een premie omdat je zowel de afnameplicht (put optie) als de leverplicht (call optie) aangaat.
  • Een andere optiestrategie die regelmatig gebruikt wordt is de long strangle. Hierbij wordt een call optie en een putoptie gekocht met dezelfde looptijd tegen een verschillende prijs. Je gaat deze strategie aan als je een grote koersbeweging verwacht. Dit kan zowel stijgend als dalend zijn. Zodra je de richting van de koers door hebt kun je de verliezende optie snel sluiten en dan de rest winst pakken op de andere optie.
  • Dan heb je de short strangle. Hierbij wordt een call optie en een put optie verkocht met dezelfde looptijd tegen een verschillende prijs. Deze strategie kun je inzetten als je een plotselinge zijwaartse beweging verwacht van de waarde. Deze strategie is wel risicovol, want je kan onbeperkt verlies lijden. Als beginnende belegger kun je deze strategie dan ook beter niet gebruiken.
  • Bij de long butterfly combinatie strategie werk je met een long straddle en twee short posities (geschreven call en geschreven put optie). Je gaat hierbij uit van een verwachte koersbeweging tot een bepaald niveau, zodra de koers dat niveau heeft bereikt neem je de short positie in. Hierbij heeft de geschreven call optie een hogere prijs dan de gekochte call optie en de geschreven put optie een lagere prijs dan de gekochte put optie. Je werkt hierbij met zowel een call als put optie om de koerswijziging in beide richtingen te kunnen ondervangen. Zodra de koers richting heeft genomen, stijgend of dalend, kun je de verliezende opties sluiten om zo nog een rendement eruit te kunnen halen.
  • Je hebt ook de short butterfly. Hierbij combineer je een short straddle met twee long posities. Hierbij ga je ook uit van een minimale koerswijziging. De geschreven call en put optie hebben dezelfde prijs. Je koopt en schrijft (verkoopt) dezelfde hoeveelheid call en put opties. Je koopt de put opties tegen een lagere prijs dan je hebt geschreven en je koopt de call opties voor een hogere prijs dan de geschreven call opties. Je ontvangt de optiepremie.
  • De laatste twee strategieën zijn de long condor en de short condor. Bij de long condor kan je inspelen op een flinke koersstijging of daling. Je koopt dezelfde hoeveelheid call als put opties. Hierbij heeft de call optie een hogere prijs dan de put optie. Daarnaast schrijf je dezelfde hoeveelheid call opties (tegen een hogere prijs dan je hebt gekocht) en put opties (tegen een lagere prijs dan je hebt gekocht). Je betaalt de optiepremie. Deze long strategie lijkt erg op de long butterfly en de long strangle, alleen is de winstmarge beperkter en hierdoor is dit een goedkopere strategie. Deze strategie zet je vooral in als je flinke koersbewegingen verwacht, anders heb je nauwelijks rendement.
  • De short condor kun je gebruiken als je weinig koersverwachting voorspelt. Je schrijft dezelfde hoeveelheid call als put opties. De geschreven call optie heeft een hogere prijs dan de put optie. Je ontvangt de optiepremie. Daarna koop je put opties tegen een lagere prijs dan de geschreven put opties, en dezelfde hoeveelheid call opties tegen een hogere prijs dan de geschreven call opties. Net als de long condor is de winst beperkt en begrenst.

Risico’s van opties

Het risico van opties is dat je de gehele inzet kan verliezen. Je kan zelfs veel meer verliezen dan je inzet omdat de prijs van de optie in bepaalde scenario’s onbeperkt kan stijgen. Je kunt je indekken tegen dit risico door ‘ short’ te gaan. Hierbij kun je in ieder geval de optiepremie ontvangen.

Een ander risico is dat opties een vaste looptijd hebben, bijvoorbeeld zes maanden, na die zes maanden kun je gewoon je geld kwijt zijn. Aandelen hebben geen vaste tijdsverloop, alleen als bijvoorbeeld een bedrijf failliet gaat.

Aan het schrijven van call opties zijn meer risico’s verbonden dan aan het schrijven van put opties. Vooral het zogenaamde ongedekt schrijven. Hiermee wordt bedoelt dat je de opties nog niet in je bezit hebt. Je verkoopt dus het recht om de optie te verkopen terwijl je de optie nog moet kopen. Hierdoor kun je bij een plotselinge stijging tegen een gigantische koopsom van de opties aanlopen terwijl je de opties al moet afdragen voor de van te voren vastgestelde prijs. Je verlies kan dus onbeperkt groot zijn. Het geheel is afhankelijk van de koersstijging. Het gedekt schrijven van de call optie betekent dat je optie al in je bezit hebt, dus je eventuele verlies is hiermee aanzienlijk minder dan bij het ongedekte schrijven.

Hoewel er risico’s zijn verbonden aan het beleggen in opties zijn opties wel een stuk flexibeler dan aandelen, aangezien je met de verschillende strategieën kan inspelen op verwachte koersstijging, koersdaling en zelfs het uitblijven van een koerswijziging. Laat je van te voren goed informeren over de verschillende opties, koersrichtingen en strategieën. Je kunt het altijd eerst fictief uitproberen voor je echt geld gaat inzetten.